Wat is cognitieve gedragstherapie (CGT)?

De combinatie van cognitieve en gedragstherapeutische procedures wordt cognitieve gedragstherapie genoemd. In de ontwikkeling van beide therapievormen van de laatste 25 jaar bleken een aantal psychische klachten beter met cognitieve therapie te behandelen terwijl andere klachten weer beter met gedragstherapie te behandelen waren. De combinatie van beide therapieën was een logische stap. Uit onderzoek blijkt dat CGT in vergelijking met andere methoden bij vrijwel alle emotionele problemen  de gunstigste effecten op te leveren. De basis van de CGT is het ABC-model . Een Activerende gebeurtenis (A) leidt tot Betekenisgeving (beelden, conclusies, evaluatieve gedachten, disfunctionele aannames) (B), die als Consequentie heeft hoe iemand zich voelt en gedraagt (C). C's volgen uit B en niet uit A. Het is niet zo dat de activerende gebeurtenis direct tot emotionele consequenties en gedragsconsequenties leidt. Niet het kraken van de trap is eng, maar de gedachte dat er iemand komt die je kwaad wil doen. Het is dus de taak van de therapeut en de cliënt om de B’s te onderzoeken op ‘denkfouten’ en deze te veranderen in B’s die beter kloppen of waar iemand zich beter bij voelt. Enkele veel voorkomende denkfouten zijn:- Rampdenken: de toekomst zal er ellendig uitzien- Zwart-wit denken: Iets is of helemaal goed of er deugt niets van- Alle risico’s moeten vermeden worden- Magisch denken. Er zal een ramp gebeuren met iemand als ik de verkeerde gedachte heb.- Egocentrisch denken. Alles wat er gebeurt heeft met mij te maken
De CGT  gaat er dus van uit dat gedachten, gevoelens en gedrag op een bepaalde manier met elkaar verbonden zijn. Iemands gedachten beïnvloeden zijn of haar gevoelens en gedrag. Negatieve gedachten zoals 'ik ben niks waard' of 'ik kan dat toch niet' kunnen psychische problemen veroorzaken of versterken.

De cognitieve gedragstherapeut zal samen met de cliënt nagaan welke ideeën hij heeft over zichzelf en anderen, wat anderen van hem denken, wat hij zou moeten doen en/of kunnen, of dat de cliënt schuld heeft aan iets, enzovoorts. De therapeut zal vervolgens met de cliënt in gesprek gaan over de mate waarin zijn ideeën op realiteit berusten. Het accent ligt op het aanleren van andere, meer positieve gedachten. Via het beïnvloeden van denkbeelden kan de cliënt zijn gevoelstoestand in gunstige zin veranderen. Daardoor verandert zijn doen en laten in positieve zin en verminderen zijn klachten.
Bij angst of  depressie wordt gezocht naar de opvattingen van de cliënt over de wereld, de toekomst en zichzelf. Door de angstige of depressieve interpretaties van de cliënt te toetsen aan de realiteit en aan de logica, stellen cognitief therapeuten de schemata - de vooronderstellingen waar de depressieve cliënt (meestal impliciet van uitgaat) - ter discussie en stimuleren zij de cliënt om zijn denkfouten te analyseren. Een depressieve interpretatie  is bijvoorbeeld 'Niemand vindt mij de moeite waard'. Een angstige interpretatie is ‘de wereld is gevaarlijk en ik moet altijd opletten’. Zulke interpretaties zijn bepalend voor iemands gevoelsleven Het leren onderkennen van denkfouten is niet eenvoudig, want veel gedachten zijn automatisch. We zijn ze ons maar nauwelijks bewust. Door er bij stil te staan en ze te onderzoeken kunnen ze bewust worden. Het is dan nog niet altijd eenvoudig om de denkfouten ook te veranderen. Dit vraagt oefening en dat zal met vallen en opstaan gepaard gaan.Naast het veranderen van het denken is het veranderen van gedrag net zo belangrijk. In de therapie wordt ook hier mee geoefend en wordt er huiswerk meegegeven.