Symptomen en diagnose

Iemand heeft een depressieve stoornis volgens de DSM-IV wanneer hij of zij gedurende tenminste twee weken last heeft van ten minste vijf van de negen onderstaande symptomen.

Van de twee kernsymptomen moet er minstens één aanwezig zijn:

  • Een zeer neerslachtige stemming gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag.
  • Een ernstig verlies van interesse in alle of bijna alle activiteiten gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag.

Daarnaast dienen nog minimaal drie of vier overige symptomen aanwezig te zijn:

  • Eetproblemen (heel veel of juist heel weinig eten) en veranderingen in het gewicht.
  • Slaapproblemen.
  • Geagiteerd en rusteloos zijn of juist geremd.
  • Vermoeidheid en verlies van energie.
  • Gevoelens van waardeloosheid of overmatige schuld.
  • Concentratieproblemen, vertraagd denken en besluiteloosheid.
  • Terugkerende gedachten aan dood of zelfdoding.

 Hoe ziet de therapie er uit?

De therapie bij depressie kent de volgende elementen:

Actiever worden. Mensen met depressieve klachten hebben de neiging steeds minder te ondernemen. Het is belangrijk dit patroon weer om te draaien. We gaan aan de slag om geleidelijk aan weer actiever te worden. Dit kan in de vorm van werk of sport of vrijwilligerswerk etc. Lichamelijke inspanning is een speciaal aandachtspunt. We weten dat een half uur hardlopen per dag soms al een zeer positief effect op de stemming kan hebben.

Cognitieve therapie. Veel van de stemmingsproblemen van mensen komen voort uit hun denkstijl. Er is een negatief beeld over de toekomst of juist zijn er sterke schuldgevoelens over het verleden. Sommige mensen hebben een sterk negatief oordeel over hun eigen prestaties en vinden zichzelf niet de moeite waard. Al deze opvattingen staan ter discussie in de cognitieve therapie.