Fobieen

Symptomen en diagnose
Volgens de DSM-IV-TR gelden voor de specifieke fobie, vroeger ook wel enkelvoudige fobie genoemd, de volgende criteria:

  • Een duidelijke en aanhoudende angst die overdreven of onredelijk is, uitgelokt door de aanwezigheid van of het anticiperen op een specifiek voorwerp of situatie (bijvoorbeeld vliegen, hoogten, dieren, een injectie krijgen, of bloed zien).
  • Blootstelling aan de angstwekkende prikkel veroorzaakt bijna zonder uitzondering een onmiddellijke angstreactie, die de vorm kan krijgen van een situatiegebonden angst of een paniekaanval.
  • Betrokkene is zich ervan bewust dat de angst overdreven of onredelijk is.
  • De angstwekkende situatie wordt vermeden of doorstaan met intense angst of lijden.
  • De vermijding, de angstige verwachting of het lijden in de gevreesde situatie belemmeren in sterke mate de normale routine, het functioneren in het werk of de studie, de sociale activiteiten of relaties met anderen, of er is een duidelijk lijden door het hebben van de fobie.

We noemen een angst een fobie als deze gericht is op een zeer concreet iets, bijvoorbeeld honden of spinnen, maar ook kan het gaan om angst voor overgeven of voor hoogte of water. Degene die aan zo'n fobie lijdt, zal geneigd zijn om het onderwerp van zijn/haar angst te vermijden. Vaak valt hier best mee te leven, maar soms wordt het vermijdingsgedrag zo veelomvattend dat het het leven van iemand danig kan ontregelen.

 

Hoe de therapie er uit ziet:

 

De therapie bestaat uit de volgende elementen:

Cognitieve therapie. In de cognitive therapie gaat het er om te kijken naar de wijze waarop risico's ingeschat worden. In het voorbeeld van een hondenfobie: Het is zeker waar dat honden soms bijten, maar hoeveel ontmoetingen tussen mens en hond verlopen er probleemloos? Als je het zo bekijkt is het risico om gebeten te worden heel klein, maar niet uitgesloten. Is het nu reeel om zo'n klein risico zo'n grote plek in je leven te geven dat je zoveel gaat vermijden om maar niet gebeten te worden?

Exposure. Bij exposure gaat het er om het vermijdingsgedrag geleidelijk op te geven en in het contact met de gevreesde situatie weer ontspanning te kunnen vinden. In het voorbeeld van de hondenfobie betekent dit dat iemand geleidelijk weer op plaatsen gaat komen waar ook honden zijn. Het is het doel om hier zoveel ervaring mee op te doen dat iemand weer kan ontspannen in de nabijheid van een hond.