Gegeneraliseerde angst

 

Symptomen en diagnose
Volgens de DSM-IV  zijn mensen met een gegeneraliseerde angststoornis voortdurend angstig en bezorgd over alledaagse dingen. Ze hebben moeite deze zorgen en angsten onder controle te houden. Daarnaast moeten bij volwassenen tenminste 3 en bij kinderen 1 van de volgende symptomen voortdurend aanwezig zijn gedurende een periode van minstens 6 maanden:

  • Een constant gevoel van onrust en spanning
  • Snel vermoeid
  • Moeite met concentreren
  • Geïrriteerdheid
  • Spierspanning
  • Verstoorde slaap.

De gegeneraliseerde angststoornis wordt officieel gerekend tot de angststoornissen, maar vertoont veel overeenkomsten met een depressie.

Mensen die aan deze vorm van angst lijden, voelen zich vaak onrustig en opgejaagd. Soms is er een directe aanleiding voor de angst, maar vaak is de angst er ook zonder dat duidelijk is waarvoor iemand bang is. De angst is meer diffuus van aard. Verder is het zo dat mensen met deze angst geneigd zijn veel te piekeren.  Dit piekeren gaat vooral over mogelijk onheil dat hen zou kunnen overkomen, een ziekte, een kind dat een ongeluk krijgt, financiele problemen, enz. Deze mensen zijn geneigd om de gevreesde gebeurtenissen tot in detail uit te denken.

Bijvoorbeeld: je zult zien dat het bedrijf waar ik werk gaat fuseren, en dan zal ik vast ontslagen worden, en dan zul je zien dat de sociale voorzieningen net wegbezuinigd zijn zodat ik geen uitkering krijg, en dan moeten we ons huis verkopen. De huizenprijzen zullen wel een keer gaan dalen, zodat we er minder voor terugkrijgen dan de hypotheek. Dan worden we uit ons huis gezet en eindigen we als dakloze.

Dit soort gedachtengangen wordt vaak herhaald, wat het gevoel van spanning steeds verder aanjaagt. Als mensen soms even vrij zijn van deze gedachten, dan kan een kleine aanleiding zoals een opmerking van iemand of een kranteberichtje al voldoende zijn om de gevreesde gedachtenstroom weer op gang te brengen. Wie een tijdje in dit patroon gevangen zit, krijgt de neiging om aanleidingen tot piekeren te gaan vermijden. Liever geen krant meer lezen of journaal kijken, want je weet maar nooit of er een trigger tot piekeren zal zijn.

Naast de gedachten over allerlei mogelijke rampen die zich zouden kunnen voordoen, gaan mensen op een gegeven moment ook nadenken over hun eigen denkpatroon, dit noemen we meta-gedachten bijvoorbeeld: het is niet normaal dat ik dit denk; als ik zo doorga met piekeren, word ik nog eens echt gek. Deze gedachten maken het probleem nog venijniger, want het laat nog een volgende mogelijke ramp aan de horizon verschijnen,nml gek worden.

In therapie blijkt nog al eens dat mensen die zo piekeren er graag van af willen, maar het piekeren ook niet zo maar los durven te laten. Waarom niet? Het piekeren geeft ondanks alle ellende die het met zich meebrengt, ook een gevoel van controle. Ook dit noemen we meta-gedachten: als je overal al over hebt nagedacht, ben je tenminste voorbereid als er iets ergs gebeurt.

Hoe ziet de therapie er uit?

De volgende technieken worden in de therapie gebruikt:

- registratie van de gedachten. Waarover gaan de piekergedachten. Enkele voorbeelden werken we gedetailleerd uit. We kijken terug op voorvallen waar over gepiekerd is en die inmiddels voorbij zijn. Klopte de piekergedachte achteraf eigenlijk? Meestal niet!!

- uitdagen van de piekergedachten. Kloppen ze nou eigenlijk wel? Nog belangrijker: helpen deze gedachten mij in mijn leven.Welke gedachten zouden me beter helpen?

- aanleren onderscheid te maken tussen zinvol en zinloos denken. Soms is het zinvol om stil te staan bij mogelijke rampen. Als je op vakantie gaat is het handig de auto goed gecontroleerd te hebben en een goede verzekering kan ook geen kwaad. Het reservewiel controleren is ook nog wel zinvol. Maar je voorstellen wat er kan gebeuren als je een lekke band krijgt precies op dat stukje snelweg waar er geen vluchtstrook is, is dat nog zinvol?

- onderzoeken van de metacognities. Is het echt zo dat het piekeren je beter voorbereid laat zijn op mogelijk onheil? We gaan er dieper op in. En word je echt gek van piekeren?

- piekeroefeningen. De meest vervelende eigenschap van piekeren is misschien wel dat de piekergedachten komen op momenten dat ze het minst welkom zijn. Juist als je vrij hebt of op vakantie gaat, of er iets gaat gebeuren waar je je op verheugt: juist dan lijken ze te komen. Het lijkt wel of je zelf geen controle over de piekergedachten hebt, maar dat de gedachten de baas zijn. Bij een piekeroefening gaan we proberen dit nou juist om te draaien. We spreken een vast tijdstip per dag af waarop je de piekergedachten zelf gaat oproepen: het piekeruurtje. Je gaat dus express piekeren. Het is een oefening die mensen vaak afschrikt. "Ik wil er juist van af en dan moet ik die gedachten express op roepen; moet dat nou?" Wat deze oefening doet is je de controle teruggeven. Als jij weer de controle kunt pakken door de gedachten te denken als jij dat wilt, wordt het ook steeds makkelijker de gedachten uit te stellen tot een later tijdstip; en ze uiteindeijke helemaal los te laten.  

- ontspanningsoefeningen. Mensen zijn soms verleerd zich te kunnen ontspannen. Door deze oefeningen leer je weer jezelf stap voor stap te ontspannen