Obsessies

 

Obsessies vallen volgens de DSM-IV onder de dwangstoornissen, maar ze kennen zo'n aparte dynamiek dat ik ze hier apart wil beschrijven.

We spreken van een obsessie als bepaalde gedachten zich voortdurend opdringen zonder dat iemand dat wil. Deze gedachten zijn onplezierig en jagen angst aan. We noemen zulke gedachten  ook wel 'intrusies'.

 

Bijvoorbeeld: Marijke kan niet naar een mes kijken zonder de gadachte te krijgen dat ze misschien dat mes zal pakken en iemand er mee steken. Vooral is z ebang haar man of één van haar kinderen dit aan te zullen doen. Het is niet zo dat ze dit zou willen. Integendeel: ze is er daar juist ontzettend bang voor. Deze angst leeft al even bij haar en ze is er op een gegeven moment toe over gegaan alle scherpe messen op te bergen. Er liggen alleen nog onscherpe. stompe messen in de la.

 

Het wonderlijke is dat mensen met deze klacht bang zijn voor hun eigen gedachten en denken dat het 'gestoord' is dat ze zulke gedachte hebben. Intussen weten we dat dit niet so is, want iedereen heeft wel eens onplezierige gedachten die hij/zij liever niet heeft. Het verschil tussen 'gewone' mensen en mensen met een obsessionele stoornis is, dat de eersten de onplezierige gedachten gewoon naast zich neer kunnen leggen, terwijl mensen met een obsessies zich tegen deze gedachten gaan verzetten. Ze proberen de gedachte niet te denken. En dan gebeurt er iets vreemds. Het is onmogelijk om een gedachte niet te denken. Zo gauw je een gedachte niet-denkt, denk je hem. Hierdoor raken mensen met een obsessie in een viscieuze cirkel. Hoe meer ze zich tegen een gedachte verzetten. hoe meer hij verschijnt. Vervolgens gaat er nog iets gebeuren, want mensen met een obsessie denken op een gegeven moment: "als ik iets zo vaak denk, wordt de kans groter dat ik het ook ga doen". Dit is natuurliojk een heel angstaanjagende gedachte. Een variant er op is de gedachte: "ik ben een slecht mens dat ik dit denk". Ook dit maakt het bepaald niet beter.

Deze laatste gedachten noemen we meta-gedachten. In dit geval kloppen deze meta-gedachten niet. Het is niet zo dat je iets gaat doen omdat je het vaak denkt. Dit zou wel kloppen als je iets denkt wat je ook graag wilt, maar als je iets denkt wat je juist niet wilt, kijk je weil uit omdat het te gaan doen. Je bent er juist bang voor. Je emotie houdt je juist weg van hetgeen waar je bang voor bent. Ook de gedachte "ik ben een slecht mens", klopt niet, want je kunt er toch niets aan doen dat je dit denkt? Mensen hebben geen greep op dit soort gedachten, dus kunnen ze er ook niet voor verantwoordelijk gesteld worden. Of je nu wel of niet dit soort gedachten hebt, heeft niets te maken met een goed of een slecht mens zijn.

 

Hoe ziet de therapie er uit

De kern van de therapie bestaat er uit te leren niet meer bang te zijn voor de gedachten. Laat de gedachte maar komen, het is maar een gedachte. Om dit te leren geef ik een serie oefeningen mee. Mijn ervaring is dat hiermee de klachten meestal een stuk afnemen.