Paniek

Symptomen en diagnose volgens de DSM-IV
Een paniekaanval is een periode van hevige angst, die plotseling ontstaat. Deze gaat gepaard met tenminste 4 van de volgende symptomen:

  • hartkloppingen
  • transpireren
  • trillen of beven
  • ademnood 
  • pijn op de borst
  • misselijkheid of buikklachten
  • duizeligheid
  • derealisatie (gevoel van onwerkelijkheid) of depersonalisatie (gevoel los van zichzelf te staan)
  • angst om gek te worden of de zelfbeheersing te verliezen
  • angst om dood te gaan
  • verdoofde of tintelende gevoelens
  • opvliegers of koude rillingen.

De meest gerapporteerde symptomen tijdens een aanval zijn hartkloppingen, transpireren, opvliegers en koude rillingen, trillen en duizeligheid.

Bij een paniekstoornis treden meerdere paniekaanvallen op zonder duidelijke aanleiding en is naar aanleiding van een aanval gedurende tenminste 1 maand sprake van 1 van de volgende verschijnselen: 

  • voortdurende ongerustheid over het krijgen van een volgende aanval
  • bezorgdheid over de gevolgen van de aanval
  • gedragsverandering in samenhang met de aanval(len), bijvoorbeeld het vermijden van bepaalde plaatsen

Typen paniekstoornis
De DSM-IV-TR onderscheidt de paniekstoornis met of zonder agorafobie. Dit onderscheid is van belang bij de therapiekeuze. Van agorafobie is sprake als mensen plaatsen of situaties vermijden uit vrees er een paniekaanval te krijgen.[1] Vaak worden mensenmenigten, reizen, bruggen en tunnels vermeden. Het onderscheid tussen de paniekstoornis met of zonder agorafobie wordt in veel onderzoek niet gemaakt. In onderstaande tekst wordt dit onderscheid dan ook alleen gemaakt wanneer dit relevant is.

 

Beschrijving:

Paniek komt meestal in vlagen; we spreken van aanvallen. De eerste paniekaanval komt vaak onverwacht. Veel mensen die dit overkomt weten niet wat er gebeurt. Ze denken dat er iets fataals gebeurt. Ik heb mensen horen vertellen dat ze dachten dood te gaan of dat ze acuut gek werden. De reactie op zo'n paniekaanval is soms mediche hulp zoeken, maar vaker vluchten mensen naar hun veilige thuis. Een paniekaanval meemaken is afschuwelijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat je het liever niet nog een keer wilt meemaken. Sterker nog, veel mensen ontwikkelen een sterke anticipatieangst, d.w.z. dat ze bang zijn het nog een keer mee te maken. Ze zetten zich als het ware bij voorbaat al schrap en letten op zichzelf of ze al een paniekaanval voelen opkomen. Het venijnige van de paniek is dat deze anticipatieangst de volgende paniekaanval uitlokt. Zo gauw er een eerste signaal voelbaar is die lijkt op een de sensaties van een paniekaanval, wordt er angst getriggerd en daarmee is de spiraal van de paniek ingezet.

Vermijden

Als een paniekaanval op één bepaalde plaats is gebeurt, hebben veel mensen de neiging om die plaats te vermijden. Op deze manier kan het moeilijk worden om in een winkel te komen of in de bus, de bioscoop of de drukke lift. Als het vermijden op deze manier een vast patroon heeft gekregen, spreken we van paniek met agorafobie.

Hoe ziet de therapie er uit?

De therapie heeft de volgende elementen:

1) Uitleg. Het is belangrijk dat iemand snapt wat er met hem of haar gebeurt tijdens een paniekaanval. Een goed begrip van wat er gebeurt in je lichaam, met je emoties en in  je gedachten is nodig  om de paniek te kunnen overwinnen

2) Cognitieve therapie. Mensen met paniekaanvallen hebben vaak catastrofale gedachten over wat er met hen gebeurt tijdens een aanval en ook over wat er zou kunnen gebeuren. Deze gedachten gaan we in de therapie onderzoeken. Vaak is het thema controle-(verlies) een onderwerp in de therapie 

3) Interoceptieve exposure. Dit is een moeilijk woord voor een aantal oefeningen die we in de therapie en ook thuis gaan doen. In deze oefeningen zoeken we lichamelijke sensaties op die horen bij de paniek. Eén van deze oefeningen is het inhouden van de adem voor 30 of 45 seconden. Sommige mensen vinden dit eng, omdat dit een benauwd gevoel geeft wat aan een paniekaanval doet denken. De bedoeling van de oefening is om te leren dat een benauwd gevoel helemaal niet tot een paniekaanval hoeft te leiden, maar van zelf weer over gaat.

 4) Opgeven van de vermijding. Als het zo is dat mensen in de loop van hun angstklachten bepaalde situaties zijn gaan vermijden, dan is het belangrijk om deze situaties weer opnieuw op te gaan zoeken. Hiervoor maken we een plan.