Sociale angst

Symptomen en diagnose volgens de DSM-IV:

Iemand heeft een sociale fobie, ook wel sociale angststoornis genoemd, als de problematiek van de betrokkene voldoet aan de volgende criteria:

  1. Er is een duidelijke en aanhoudende angst voor 1 of meer sociale situaties of situaties waarin men moet optreden en waarbij men blootgesteld wordt aan onbekenden of een mogelijk kritische beoordeling door anderen. De betrokkene is bang dat hij of zij zich op een manier zal gedragen (of angstverschijnselen zal tonen) die vernederend of beschamend is.
  2. Bij blootstelling aan deze situaties treedt bijna altijd angst op, die zo hevig kan worden dat deze de vorm krijgt van een paniekaanval.
  3. Betrokkene is zich ervan bewust dat zijn of haar angst overdreven of onredelijk is.
  4. De gevreesde sociale situaties of de situaties waarin men moet optreden worden vermeden of doorstaan met intense angst of ongemak.
  5. De klachten of symptomen zijn duidelijk van invloed op de dagelijkse routine, het beroepsmatig functioneren, sociale activiteiten of relaties met anderen.
    Bij personen onder de 18 jaar is de duur van de symptomen ten minste 6 maanden.

 

Mensen met een sociale angst zijn bang in sociale situaties. Voor sommige mensen gaat het om één specifieke situatie, bijv telefoneren of een toespraak moeten houden. Voor anderen gaat het om allerlei sociale situaties. Onder deze angsten rekenen we ook de angst om te gaan blozen of te gaan trillen in gezelschap. Deze mensen zijn geneigd sociale situaties te vermijden, wat op de lange termijn voor veel problemen kan zorgen, zoals eenzaamheid. Er zijn ook veel mensen die heel goed snappen dat ze niet moeten vermijden en dat dus ook niet doen, toch blijven ze zich altijd weer gespannen voelen in sociale situaties .

De achterliggende gedachten van mensen met een sociale angst kunnen heel verschillend zijn. Sommige mensen zijn bang om 'af te gaan', d.w.z. ze zijn bang dat anderen hen belachelijk vinden. Anderen zijn bang om ruzie te zullen krijgen als ze iets verkeerds zeggen. Weer anderen zijn bang dat anderen hen oninteressant zullen vinden.

 

Wat de therapie inhoudt:

In de therapie worden de volgende methoden gebruikt:

- Cognitieve therapie. Eerst onderzoeken welke gedachten in de angst een rol spelen. Vervolgens gaan we deze gedachten toetsen (klopt het nou wel dat iedereen op je let op een verjaardag? Hoe weet je nu wat een ander denkt? Hoe erg is het om een keer iets doms te zeggen? Hoe weet je dat anderen je een loser vinden als je een keer bloost? etc).

 

- Oefenen. Het is belangrijk om sociale situaties niet meer te vermijden, We maken afspraken welke situaties je weer gaat opzoeken. Dit doen we in de vorm van een stappenplan waarin we sociale situaties ordenen van makkelijk naar moeilijk. Stap voor stap ga je je weer in deze situaties begeven.

 

- Concentratietraining. Het blijkt dat mensen met een sociale fobie veel te veel met zichzelf bezig zijn (ga ik niet blozen; zeg ik niets doms) of met wat de ander wel niet zal denken (nu vindt hij me vast stom) Doordat mensen hier mee bezig zijn, letten ze niet goed op het gesprek, reageren te laat of weten niet meer wat ze zeggen moeten. Hierdoor gebeurt precies waar ze bang voor zijn, nml dat een sociale situatie niet goed loopt. Om dit te doorbreken is het belangrijk om te leren goed te concentreren op het onderwerp van gesprek. In de therapie besteden we hier aandacht aan doot te oefenen je te concentreren op de inhud van het gesprek en niet meer op allerlei andere zaken.

 

- Sociale vaardigheidstraining. Voor sommige mensen is het belangrijk te gaan leren hoe je situaties tegemoet moet treden. Hoe maak je eigenlijk precies kennis met iemand, hoe geef je je eigen mening, hoe weiger je iemand iets. Dit zijn onderwerpen die geoefend kunnen worden. Dit gebeurt in de individuele therapie, maar soms wordt ook verwezen naar een groepstherapie, omdat daar meer te oefenen valt.